vrijdag 4 juni 2010

Rans en Ruw

Hulshorst. Daar hoor je eigenlijk nooit wat van. Naar nu blijkt woont er een Bekende Nederlander, te weten ene ‘Terror Jaap’. En nu heeft de politie bij hem een inval gedaan, vanwege zijn banden met Joran van der Sloot.

Ik ken weinig poëzie uit het hoofd, maar ik heb eens uren moeten wachten op het station van Hulshorst en had daardoor alle tijd een gedicht van Gerrit Achterberg te bestuderen dat daar op de muur is bevestigd. Daarom weet ik toevalligerwijs nog van de ‘barse bende rovers, rans en ruw uit het witte veluwhart’.

Er woonde dus al eens eerder een Bekende Nederlander in Hulshorst. Achterberg woonde er op kamers en kreeg een verhouding met zijn hospita, die hij doodschoot toen ze hem betrapte bij het verkrachten van haar 16-jarige dochter. Gerrit werd ter beschikking van de regering gesteld en leefde in zekere zin nog lang en gelukkig. Hij schreef althans een stapel schitterende dichtbundels vol. En dat zie ik Rans en Ruw toch nog niet doen.

HULSHORST

Hulshorst, als vergeten ijzer
is uw naam, binnen de dennen
en de bittere coniferen,
roest uw station;
waar de spoortrein naar het noorden
met een godverlaten knars
stilhoudt, niemand uitlaat
niemand inlaat, o minuten,
dat ik hoor het weinig waaien
als een oeroude legende
uit uw bossen: barse bende
rovers, rans en ruw
uit het witte veluwhart.

Gerrit Achterberg

woensdag 2 juni 2010

Zonder recept

Met de nodige mitsen en maren schijnt het te kunnen, zelfmoord plegen met aspirines. Maar hem was het dus niet gelukt. “En weet je wat me nou zo verbaasde? Ik werd wakker met stekende koppijn.”